Wat een (woorden)schat!!
Roan is vandaag precies 1 jaar en 5 maanden oud. Afgelopen maanden zien we hem zich als een speer ontwikkelen. Eén van de meest opvallende dingen is zijn uitgebreide woordenschat. Hij kan inmiddels bijna alle dingen in zijn omgeving benoemen (zelfstandige naamwoorden) en kent en begrijpt ook al een boel werkwoorden, voorzetsels e.d.
Dat hij de woorden echt begrijpt, merken we steeds meer. Namen van personen worden op het juiste moment gezegd, hij benoemt dingen die hij ziet, en als hij iets gaat doen wordt het vaak aangekondigd.
Het lukt hem hiermee zelfs al om korte zinnen te formuleren zoals “Mama, eendje pakken” terwijl hij in bad zit en naar een badeendje wijst dat nog op de wastafel staat. Of “Buiten bus kijken” als we in zijn kamer komen en hij naar het raam wijst om te zien of er bij de bushalte voor zijn kamer een bus langskomt. En met een grote lach op het gezicht “Papa, bessie eten” wijzend naar de bak met aalbessen uit eigen tuin op het aanrecht.
Behalve de woorden en zinnetjes die Roan zelf kan uitspreken (hoewel de uitspraak natuurlijk nog niet 100% is en wij het beter lijken te verstaan dan anderen), begrijpt hij er nog veel meer. Als we in makkelijke zinnen tegen hem praten, is de reactie vrijwel altijd de gewenste. Bijvoorbeeld ‘Roan, ga je slapen? Ga je zelf naar boven klimmen de trap op?’, waarna hij snel naar de trap wandelt om naar boven te gaan. Of:“Ga je in je stoel zitten om een broodje te eten?”, “Ga je een boekje pakken om samen met pappa te lezen” en “Kun je al zeggen: pinguin” waarna hij het vlekkeloos uitspreekt zonder te weten wat het is.
Ik denk dat Roan de talenknobbel van zijn moeder heeft. Ik ben benieuwd hoe snel hij tot 10 kan tellen… ;-)
Kortom, er ontstaat daadwerkelijk een stuk communicatie wat er eerder niet was. En dan merk je dus hoe snel een klein mannetje zich ontwikkelt. Simpele dingen die voor iedereen gewoon zijn, maar voor hem nog zo nieuw en dus bijzonder.
Maar het belangrijkste blijft natuurlijk om te zien hoeveel lol Roan heeft. De energie en de liefde die hij geeft blijft het meest bijzonder en daar kunnen honderd woordjes met geen mogelijkheid tegenop!
Voor wie benieuwd is naar de omvang van Roans woordenschat, hebben we alle woordjes die hij op dit moment al regelmatig gebruikt voor ons zelf op een rij gezet (leuk voor later):
1. Mama (vooral als hij wakker wordt)
2. Papa (vooral als ik thuis kom uit het werk)
3. Roan (als we vragen ‘en wie ben jij?’, uitgesproken als ‘oan’)
4. Opa (tegen beide opa’s)
5. Oma (tegen beide oma’s)
6. Famke (favoriet bezoek, uitgesproken als ‘Ahkie’)
7. Judith (vaak gekoppeld aan Famke, ook als ze op bezoek komt, uitgesproken als ‘houda’)
8. Arno (op de foto en in het echt)
9. Nick (zijn favoriete neefje)
10. Sterre (hoewel hij haar ook soms Nick noemt)
11. Simone (uitgesproken als ‘mohwe’)
12. Allard (uitgesproken als Ahtt)
13. Marah (met wie we naar Texel zijn geweest)
14. Ja (en erbij knikkend)
15. Nee (en erbij schuddend)
16. Boem (bij vallen)
17. Bah (nadat hij weer iets in zijn mond heeft gestopt)
18. Klaar (en daarna schuift hij zijn bord van zich af)
19. Doeg (terwijl hij zwaait als hij wegloopt)
20. Heet (bij de kopjes thee)
21. Dank (als ik een lepel geef om de yoghurt te eten)
22. Kiekkiek (glimmend kijken om een hoekje)
23. Klik (in de autostoel, wandelwagen voor het vastmaken van de riempjes)
24. Deze (erbij wijzend naar wat hij wil)
25. Die (erbij wijzend naar wat hij wil)
26. Daar (erbij wijzend naar wat hij wil)
27. Buiten (terwijl hij bij de voor- of achterdeur staat)
28. Binnen (als hij weer naar binnen wil)
29. Op (duplo, bril, petje, etc.)
30. Af (idem)
31. Uit (als hij uit de box wil, uit de stoel, iets ergens uit wil halen)
32. In (als hij een blokje ergens in stopt)
33. Eten (enthousiast lopend naar zijn stoel)
34. Kijken (of er een bus langs zijn raam komt)
35. Liggen (liefst op een kussen)
36. Pakken (als wij iets voor hem moeten pakken)
37. Zitten (als hij een lekker plekje heeft gevonden om te zitten)
38. Spelen (da's duidelijk)
39. Slapen (voordat we naar boven gaan)
40. Dansen (door de knietjes bewegen van links naar rechts)
41. Lezen (met een boekje al ik de hand)
42. Aaien (een hondje of iemand zijn hoofd)
44. Plassen (als één van ons op het toilet zit)
45. Draaien (een puzzelstukje of de Duplo)
46. Koekje (als mama ook maar iets uit de kast pakt, of als hij drinken krijgt)
47. Hapje (als hij een hapje aanbiedt aan de mensen om hem heen)
48. Broodje (terwijl hij naar de stoel loopt om te lunchen)
49. Melk (wijzend naar het pak en zijn beker, of naar het pak melk bij de boodschappen)
50. Yoghurt (als hij genoeg heeft gegeten, vraagt hij om yoghurt)
51. Prik (bij het prikken van eten aan zijn vork)
52. Kaas (ook toegepast voor al het andere broodbeleg)
53. Aardbei
54. Appel (wordt tevens gebruikt voor Nectarines)
55. Banaan
56. Kiwi
57. Appelmoes
58. Aardappel
59. Spinazie
60. Thee (bij kopjes van ons)
61. Bord (als hij zijn bord al ergens ziet staan)
62. Flesje (meteen als hij wakker wordt…)
63. Stoel (vlak voor het eten gaat hij erbij staan en roept)
64. Slab (als hij genoeg heeft, doet hij zelf de slab los)
65. Drinken (als hij dorst heeft)
66. Haren (met twee handen op zijn hoofd)
67. Oren (met twee handen op de oren)
68. Ogen (met één vingertje aanwijzend)
69. Neus (liefst met één vinger in een -gat)
70. Mond (met een vinger aanwijzend)
71. Tandjes (aanwijzend)
72. Hand
73. Arm
74. Hoed (als iemand die op heeft)
75. Pet / Muts (als iemand die op heeft)
76. Bril (als iemand die op heeft. Hij heft zelf een speelgoedbril die hij vaak op zet)
77. Broek (wijst hij zelf aan)
78. Jas (voordat we naar buiten gaan)
79. Sok (trekt hij ondertussen zelf uit)
80. Pop (net wakker, wijzend naar de pop die uit bed is gevallen)
81. Puzzel (als hij een puzzel wil maken)
82. Boek (hij houdt van lezen en komt vaak met een boekje bij je)
83. Toren (Roan bouwt zelf een toren met bakjes of blokjes)
84. Bal (spelen met een bal blijft leuk)
85. Trommel (speelgoed van de HEMA)
86. Pip (van Woezel, bij het boekje en de knuffel)
87. Bert (als Sesamstraat op TV is, in boekjes en puzzelstukjes)
88. Ernie (als Sesamstraat op TV is, in boekjes en puzzelstukjes)
89. Elmo (als Sesamstraat op TV is, in boekjes en puzzelstukjes)
90. Bob en Bouwer (met zijn boekje met flapjes)
91. Glijbaan (hierop is hij verzot, kan zo een half uur non-stop doorgaan)
92. Zandbak (lekker in de tuin, of in een speeltuin)
93. Wip (in de speeltuin)
94. Douche (terwijl hij ernaar toe loopt)
95. Bad (als hij dit hoort, wordt hij erg enthousiast en blijft het roepen)
96. Gieter (in bad en de zandbak)
97. Emmer (in bad en de zandbak)
98. Schep (in bad en de zandbak)
99. Nat (als er water op de grond ligt)
100. Aap (knuffelaap en in de dierentuin, zegt hi-hi-hi-ha-ha-ha)
101. Beer (knuffelbeer)
102. Duif (wijzend naar de vogel buiten)
103. Eend (in een boekje, in bad en in het echt, zegt kwak)
104. Koe (in een boekje, zegt boe)
105. Paard (in een boekje en in het echt)
106. Schaap (in een boekje en in het echt, zegt bèh)
107. Olifant (in een boekje, op het behang, in de dierentuin)
108. Tijger (knuffel)
109. Varken (in een boekje, zegt chchchch)
110. Vis (in een boekje en in het aquarium, zegt bub)
111. Kip (in een boekje, zegt tok-tok)
112. Schildpad (in een boekje, op het behang)
113. Giraf (in een boekje, in de dierentuin)
114. Hond (in een boekje en op elke straathoek, zegt haf-waf)
115. Poes (in een boekje en op straat, zegt mau)
116. Kikker (in een boekje en in bad, zegt kwak)
117. Wagen (de kinderwagen/buggy)
118. Auto (hij wordt enthousiast als we weggaan en loopt zelf naar de auto)
119. Bus (voor zijn raam stopt de bus, iedere dag een paar keer kijken dus)
120. Trein (in zijn boekjes en de dierentuin)
121. Boot (terwijl we in Duitsland langs de Moezel rijden)
122. Fiets (als hij met mama naar het winkelcentrum gaat)
123. Brommer (bij elke brommer die langskomt, gelijk daarna volgt het roepen van Arno)
124. Smeren (als mama hem insmeert met lotion)
125. Papier
126. Kaart (foto’s en ansichtkaarten)
127. Lamp (ernaar wijzend)
128. Televisie (ernaar wijzend)
129. Kussen (bij ons in bed is het altijd kussengevecht)
130. Vijf (als er geteld wordt met vitamine druppels of bij Sesamstraat)
131. Vakantie (als we een lange reis in de auto maken)
132. Thuis (Famke thuis, Judith thuis, opa thuis, oma thuis)
En tot slot...
133. Mama's Boeffie